Foto Samen spelen

Zelfstandig
  • Jezelf redden
  • Elkaar helpen
  • Eigen taken
  • Zelf verantwoordelijk
  • Huiswerk

Zelfstandigheid

Vanaf groep 1 tot 8 wordt gewerkt aan de zelfstandigheid van kinderen. In groep 1 begint dat met jezelf aankleden bij gym, zelf de spullen pakken die je nodig hebt en weer opruimen. Ook leren de kinderen met zogenaamde ‘kindkaarten‘ om een aantal spelletjes in een zelfgekozen volgorde te maken, verspreid over een aantal dagen. In de middenbouw leren de kinderen zelfstandig te werken d.m.v. dagtaken en weektaken. Van de leerling verwachten we dan dat hij/zij zich weet te redden. Zo kan de leerkracht aandacht geven aan kinderen die dat nodig hebben. Het is goed als je veel zelf kunt. We stimuleren dat dan ook. We gaan ervan uit dat kinderen zindelijk zijn als ze op school komen.

Maatjes

Sommige dingen zijn lastig in je eentje: een verfschort aan doen, je jas in je luizenzak stoppen. Dan is het handig om elkaar te helpen: in groep 1 zijn kleuters dan ook elkaars maatje, ze helpen elkaar. Ook in andere groepen helpt het ene kind de ander: kinderen uit de bovenbouw lezen met kinderen uit de middenbouw, en als je samen sommen oefent leer je daar zelf van én help je de ander.

Dagtaak

In de kleutergroepen hebben kinderen al ‘moetwerkjes‘: zorgen dat je een opdrachtje bijv. in een week gedaan hebt. Ook in groep 3 zijn er opdrachten die op een bepaald moment van de dag af moeten zijn. Ook in groep 4 wordt de leerstof deels aangeboden in dagtaken. Kinderen krijgen op een papier het werk van die dag en krijgen keuzevrijheid wanneer ze welke opdracht doen.

Weektaak

In groep 5 wordt dit verder uitgebouwd naar weektaken: nog meer keuzevrijheid om zelf te zien wanneer je welk werk doet. In de weektaak krijgt niet elk kind hetzelfde. Het geeft ons de gelegenheid om kinderen die minder aankunnen extra te laten oefenen, en kinderen die voorlopen, meer op hun niveau te laten werken. Tegelijk geeft dit ‘zelfstandig werken‘ in alle groepen ruimte om in een kleine kring of aan een instructietafel groepjes kinderen extra aandacht te geven.

Stoplicht en time timer

Soms moet je je als kind zelf even redden. Je mag dan de leerkracht niet storen en zelf stil doorwerken. De juf of meester is dan bezig met andere kinderen. We noemen dit ‘uitgestelde aandacht‘. De tijdsduur maken we duidelijk met de time timer. Met het stoplicht maken we duidelijk of kinderen mogen overleggen of niet. We gebruiken hier ook het vraagtekenblokje bij, de leerkracht loopt vaste rondes om kinderen met een vraag verder te helpen.

Welke regel bij welke kleur?

Rood: De kinderen werken alleen en doen dit stil, ze mogen niet door de klas lopen
Oranje: De kinderen mogen aan elkaar vragen stellen. Dit doen ze fluisterend.
Groen: De kinderen mogen samenwerken. Dit doen ze fluisterend.

Huiswerk

Als school vinden we het belangrijk dat kinderen leren omgaan met het maken van huiswerk. Dit krijgt een plaats binnen het leren zelfstandig te werken en het leren omgaan met taken. Vanaf groep 3 beginnen we met het leren van een psalm of gezang. Daarna bouwen we het geleidelijk op vanaf groep 5: een beperkte hoeveelheid vooral bedoeld om te leren met huiswerk om te gaan. Via de ‘Letters‘ worden ouders op de hoogte gehouden van het huiswerk. In de bovenbouw leren we kinderen zelf hun agenda bij te houden.

Samenwerken

Een kind is niet als een individueel, maar als een sociaal wezen geschapen. Daarom is het ook op school belangrijk dat kinderen niet altijd alleen, maar ook veel samen activiteiten uitvoeren. Binnen de samenwerking krijgt het kind de kans om zijn eigen kwaliteiten te tonen en te ontwikkelen. Door de interactie in een groepje zijn de leerlingen actief met de leerstof bezig; ze praten erover, geven elkaar uitleg en ze geven zelf betekenis aan de leerinhoud. Daarnaast leren de kinderen samenwerkingsvaardigheden, die belangrijk zijn in de klas, maar ook in de maatschappij.

>> notitie burgerschap 2015